DEVENTER - ,,I'm the coach and I'm right, you're wrong, end of story.'' Alexander Grobokopatel is vastbesloten om Pickwick Players naar grote hoogte te brengen.
Maar dan is het wel van belang dat iedereen in Deventer net zo gaat denken over rugby als hij. En Grobokopatel heeft er een uitgesproken mening over. Eén die hij met krachtige taal en gevleugelde uitspraken uit de doeken doet. ,,De coach is alles, dat heb ik zo geleerd.''
Om zijn woorden in perspectief te kunnen plaatsen, maken we eerst kennis met Alexander Grobokopatel zelf. Zijn naam en zijn gedrongen postuur bedriegen niet. Grobokopatel werd 43 jaar geleden geboren in de Sovjet-Unie. Dat wat nu Moldavië heet, hij maakte deel uit van de Russische minderheid. Als jochie van twaalf ging hij 'uit huis'. Niet vrijwillig: ,,Ik was moeilijk opvoedbaar.'' De kleine Alexander belandde in een rugbyinternaat. Thuis slapen mocht. Maar, vertelt hij met een glimlach: ,,'s Morgens om half zeven moesten we trainen.'' En dus sliep hij op het internaat. Met twaalf jongens op een kamer. Elke dag trainden ze drie keer. Op zijn zestiende was hij rijp voor het hoogste niveau van Moldavië. Grobokopatel verdiende zelfs een beurs, waarmee hij in Moskou een academisch lichamelijke opleiding volgde. Alles met als doel terug te keren bij het internaat waar hij opgroeide. En zo geschiedde. Grobokopatel werd speler/coach en zelfs international. Tot Gorbatsjov de grenzen openstelde. ,,Moldavië was altijd onderdrukt door de Russen.'' Zijn rugbyschool was al die jaren gefinancierd door de Russen, maar nu het ineens in Moldavië stond, ging de geldkraan dicht. Het feit dat Grobokopatel joods is, hielp ook niet bepaald. ,,Dat maakte het lastig. Ik heb het anderhalf jaar geprobeerd, maar het was niet te doen.''
In 1993 belandde hij in Nederland. Rugby liet hem ook hier niet los. De schotel aan zijn Doetinchemse woning dient één doel: ,,Ik kan 24 uur per dag rugby kijken.'' De sport betekent veel voor hem: ,,Het is geen hobby, het is mijn passie.'' En dat leidt wel eens tot frictie. ,,Nederlanders hebben vaak geen goede mentaliteit. Ze hebben geen flauw idee wat rugby inhoudt. Denken dat ze stoer moeten doen, willen aandacht en zijn geen teamspelers, maar ego's.''
Laatst was hij bij de interland Nederland-Moldavië, op verzoek van de coaches van zijn thuisland. Want zij hebben geen moeite met zijn joodse achtergrond. ,,Met sommigen van hen heb ik nog op een kamertje gezeten op het internaat.'' Maar, waar het hem om gaat: ,,Een scheids zei dat het Moldavische rugby niet zoveel voorstelt. Dat we maar zes clubs hebben en Nederland zestig. 'Maar', zei ik toen, 'bij niet één van die zes clubs staat een biertap'.'' Zijn blik spreekt boekdelen: sport en alcohol, dat gaat toch niet samen?
Ook bij Pickwick Players leidde de aanpak van Grobokopatel tot botsingen. ,,Als ze bij trainingen aan mij vragen waarom'', geeft hij als voorbeeld. ,,Ik heb daar een hekel aan.'' Wat ze hun coach wel mogen vragen? ,,Hoe hoog, hoe vaak en hoe hard.'' Ze zullen meteen antwoord krijgen: ,,Echt hoog, echt vaak en echt hard. Het is geen carnaval'', klinkt het met gevoel voor humor. ,,De training is mijn show, de wedstrijd is de show van de spelers.''
Rugby draait om respect, predikt Grobokopatel. ,,En als je vraagt waarom, heb je geen vertrouwen.'' Ziet Grobokopatel iets dat niet naar zijn zin is, dan laat hij het snerpende geluid van zijn fluitje klinken. ,,En dan moeten ze allemaal tien push-ups doen. Dan heb ik het over discipline.''
Het moet allemaal leiden tot een eindstation dat ietwat onwerkelijk klinkt. Grobokopatel zegt het snel, tussen neus en lippen door, alsof hij zo aan een uitleg kan ontsnappen: ,,Ik wil naar de ereklasse.'' Voor de goede orde: Pickwick Players degradeerde deze zomer naar de derde klasse, drie niveaus lager. ,,Toen ik er voor het eerst kwam, was het een drama. Maar ik zie potentie, mogelijkheden. Ik heb met veel onervaren spelers te maken. Die kan ik beter en sterker maken. Het ligt niet alleen aan mij. Ik ben capabel om interlandwedstrijden te coachen en te begeleiden. Maar'', zegt hij ferm, ,,eerst moet iedereen op dezelfde manier denken: bestuur, coach en spelers.'' Met het bestuur zit dat wel snor. ,,Ze laten mij mijn gang gaan.'' Dat is wel eens anders geweest. ,,Ik heb het meegemaakt dat een penningmeester zich met de opstelling kwam bemoeien.'' En, wat zeiden de spelers toen hij in Deventer over de ereklasse begon? ,,De spelers weten dat nog niet. Sommigen zullen het wel meemaken, maar dan van de zijlijn.'' Hij zegt het hard, maar het klinkt rechtvaardig. Aan de coach zal het niet liggen.
Alexander Grobokopatel is er heilig van overtuigd dat Pickwick Players in de ereklasse kan belanden. Als hij zijn gang maar kan gaan. Aan de coach zal het in elk geval niet liggen: ,,Ik ben capabel om interlandwedstrijden te coachen en te begeleiden'', aldus de voormalig international. (foto Jan van den Brink)